Molens in de Kostverlorenbuurt, ca. 1907-08

collectie_SA_41036

Jan Sluijters (1881-1957)
In 1906 woonde Jan Sluijters in Parijs, waar hij de invloed onderging van de moderne Franse schilderkunst. Daarna schilderde hij in felle, onrealistische kleuren. Van 1907 tot 1909 had Sluijters een atelier aan de Kostverlorenstraat in Amsterdam-West. Vanuit het venster van zijn werkplaats legde hij dit uitzicht vast. Links is de houtzaagmolen Het Luipaard te herkennen en in het midden De Otter. Van de tientallen houtzaagmolens die het gebied rijk was, is tegenwoordig alleen De Otter nog over.
SA 41036

 

Zes dochters Boissevain, 1916

collectie_SA_40866

Thérèse Schwartze (1851-1918)
De Amsterdamse fabrikant Charles Boissevain en zijn vrouw Maria Pijnappel kregen tien kinderen. De zes dochters, toen tussen de zes en negentien jaar, brachten in 1916 heel wat uurtjes door in het atelier van Thérèse Schwartze.

SA 40866

 

De roep, 1920

collectie_SA_40468

Peter Alma (1886-1969)
Peter Alma was een socialistisch geëngageerde kunstenaar. Onder invloed van de Russische revolutie in 1917 stelde hij zijn kunstenaarschap in dienst van de sociale strijd. Hij streefde in zijn werk naar een nieuwe orde en naar een inhoud met revolutionaire boodschap. Aldus trachtte hij een nieuwe kunst te scheppen. Behalve schilderijen en wandschilderingen maakte Alma politiek geladen houtsneden voor de communistische krant De Tribune. Het schilderij De Roep is een van de eerste voorbeelden van werk, waarin de socialistische ideologie van de kunstenaar naar voren komt. Een aantal strijdbare mannen verheft de stem tegenover een autoriteit die onzichtbaar blijft.

SA 40468

 

Model van een woning in de P.L. Takstraat, 1930

collectie_KA_20374

Herman van Elteren, 1999
Model van een woning in de P.L. Takstraat, 1930 Herman van Elteren, 1999 In de jaren 1920-1923 bouwde de socialistische woningbouwvereniging De Dageraad ruim 350 woningen in en rond de P.L. Takstraat, naar ontwerp van Piet Kramer en Michiel de Klerk. De imposante gevelwanden waren typerend voor de architectuur van de Amsterdamse School. De woningen waren tamelijk klein en, door hun kleine hooggeplaatste ramen, nogal donker. De weekhuur van ongeveer zeven gulden was te hoog voor laaggeschoolde arbeiders. In de paleizen voor arbeiders zoals het complex wel genoemd werd, kwamen dan ook vooral hooggeschoolde arbeiders, ambtenaren en onderwijzers te wonen. De woningen hadden, heel modern, een wc met doorspoelsysteem, en vanaf de jaren '30 legden verscheidene bewoners zelf een geiser of boiler aan.
Schaal 1:20

KA 20374

 

Dr. F.M. Wibaut (1839-1936), 1934

collectie_DA_158

Tjipke Visser (1876-1955)
Tjipke Visser was voor de Tweede Wereldoorlog 'hofbeeldhouwer' van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP) en daaraan verbonden instellingen als Het Vrije Volk en De Arbeiderspers. Floor Wibaut bekleedde in de jaren 1914-1927 en 1929-1931 voor de SDAP de wethouderspost voor volkswoningbouw. Hij was een bevlogen bouwer van volkswijken. Wie bouwt? Wibaut was in de jaren 20 in sociaal-democratische kringen dan ook een veel gehoorde leuze. Dit beeld werd in 1934 bij Wibauts vijfenzeventigste verjaardag aan Het Vrije Volk aangeboden. Tot 1972 stond het in het gebouw van deze socialistische krant aan het Hekelveld.

DA 158

 

 

Maquette Algemeen Uitbreidingsplan, 1935

In 1935 werd het Algemeen Uitbreidingsplan voor Amsterdam gepresenteerd. Dit plan voorzag in een geplande groei van de stad tot in het jaar 2000. Op deze maquette is de in 1935 bestaande stad in zwart uitgevoerd, namelijk: het centrum, de 19de-eeuwse wijken en Plan Zuid uit de jaren 20 en 30. Het AUP maakte een einde aan de traditionele stadsuitleg, die altijd uit was gegaan van cirkels rond de stad. In plaats daarvan werden zogenaamde 'lobben' aangelegd, die ruimte lieten voor veel groen en water. Op de maquette is de geplande stad rood. In het AUP werden wonen, werken, verkeer en recreatie van elkaar gescheiden. De woningen werden in zogenaamde 'stroken' gebouwd met open ruimte ertussen en gemeenschappelijke tuinen. Het plan werd na de Tweede Wereldoorlog uitgevoerd. Tegenwoordig is de naam niet meer zo bekend, maar iedereen kent de Sloterplas, Slotermeer, Slotervaart, Bos en Lommer en Buitenveldert. Deze wijken zijn allemaal onderdeel van het AUP uit 1935. De ontwikkelingen namen echter een grotere vlucht dan de plannenmakers in 1935 konden voorspellen. De prognoses voor het jaar 2000 zijn dan ook niet uitgekomen.

KA 18059

 

Draaiorgel Het Snotneusje

collectie_KA_19279

Op 7 mei 1945, 2 dagen na de bevrijding, verzamelde zich een grote menigte op de Dam, in afwachting van de bevrijders. Draaiorgel Het Snotneusje van de firma Perlee stond klaar voor het bevrijdingsfeest. Maar nog lang niet alle Duitse militairen hadden de stad verlaten. In De Groote Club, hoek Kalverstraat/Paleisstraat, hadden zich leden van de Kriegsmarine verschanst. Zij openden het vuur op de menigte. In paniek vluchtten de mensen de stegen in of zochten dekking achter lantaarnpalen, karren en het draaiorgel. Er vielen 22 doden en circa 120 gewonden. Bij de restauratie werden twee kogels in het orgel gevonden. In 1992 werd Het Snotneusje, de stille getuige van het drama op 7 mei 1945, geschonken aan het Amsterdams Historisch Museum.

KA 19279

 

Vragende Kinderen, 1949

collectie_BB_283

Karel Appel (1929)
Tijdens een treinreis door het overwonnen Duitsland werd Karel Appel getroffen door de blik van een groepje hongerige kinderen. Het beeld liet hem niet los. Terug in Nederland maakte hij een serie schilderijen en collages met priemende kinderogen, waarvan deze collage er één is. In 1949 kreeg hij een opdracht van de gemeente Amsterdam voor een wandschildering in de kantine van het stadhuis aan de Oudezijds Voorburgwal. Ook daar schilderde hij 'vragende kinderen', tot groot ongenoegen van de ambtenaren die tijdens hun lunch niet herinnerd wilden worden aan het leed uit de oorlogsjaren. Het kunstwerk werd niet gewaardeerd en verdween jarenlang achter een wand. 
BB 283