Koperen etsplaat met portret van Clement de Jonghe, 1651

collectie_KA_19319
Rembrandt van Rijn (1606-1669)

Clement de Jonghe (1624/25-1677) was een bekende uitgever en prenthandelaar. Een van de kunstenaars van wie hij prenten uitgaf was Rembrandt, van wie hij een groot aantal etsplaten bezat. De plaat met het portret van de kunsthandelaar is door Rembrandt zelf en door latere eigenaren een aantal keren opnieuw bewerkt. Er zijn zes verschillende afdrukken of staten van bekend.
Verworven met steun van de Vereniging Rembrandt.
Inv.nr. KA 19319

 

De anatomische les van Dr. Jan Deijman, 1656

collectie_SA_7394
Rembrandt van Rijn (1606-1669)

'De anatomische les van Dr. Jan Deijman' is Rembrandts tweede Anatomische les. Het schilderij is een fragment van een groepsportret, dat in 1723 voor het grootste gedeelte bij een brand verloren ging. Op het bewaard gebleven middengedeelte is te zien hoe Dr. Jan Deijman sectie verricht op de hersenen van een dode. De assistent houdt de schedelkap in de hand. Doordat Rembrandt de dode heeft weergegeven in een spectaculair verkort perspectief, lijkt de snijtafel bijna uit het schilderij te steken. Een overgeleverde schets van Rembrandt geeft een indruk van de compositie en het formaat van het complete schilderij. De ontleding is gesitueerd in een theaterachtige ruimte, waarvan de snijtafel het middelpunt vormt. De aanwezigen bevinden zich op een ringvormige tribune. Het schilderij zal - in complete staat - op een toeschouwer het effect hebben gehad dat deze zich omringd voelde door het anatomisch theater. Sinds 1653 was Dr. Jan Deijman (1619-1666) praelector anatomiae (voorlezer in de anatomie) van het chirurgijnsgilde. Ook was hij inspecteur bij het Collegium Medicum, een instelling die toezicht hield op de kwaliteit van de geneeskunde in de stad. De man naast Deijman op het schilderij is de chirurgijn Gijsbert Calkoen (1621-1664). Hij was 'collegemeester' van het chirurgijnsgilde en had ondermeer als taak de praelector te assisteren. Prominent aanwezig is het lijk van Joris Fonteijn (1633/'34-1656), tijdens zijn leven ook wel 'Zwarte Jan' genoemd. Fonteijn was een Vlaamse kleermaker die op het slechte pad was geraakt. Op 27 januari 1656 werd hij veroordeeld tot de strop. Na de terechtstelling werd zijn lichaam ter beschikking gesteld aan de chirurgijns.
Klik hier voor informatie over dit schilderij in de schilderijencatalogus

 

Pareloesterschelp, tweede helft 17de eeuw

collectie_KA_20835
Cornelis Bellekin (werkzaam. ca. 1650-1700)

Deze parelmoer schelp is gedecoreerd met een gesneden, gegraveerde en deels gezwarte mythologische voorstelling. Parelmoersnijden was omstreeks 1700 een geliefde kunstvorm. Met name het geslacht Bellekin bracht een aantal getalenteerde parelmoersnijders voort. Van hen was Cornelis de bekendste. Werk van hem was al tijdens zijn leven gezocht bij verzamelaars. Een van hen was de Amsterdamse apotheker en verzamelaar Albertus Seba (1665-1736). Seba's collectie 'rariteiten' was in zijn tijd beroemd bij vorsten, geleerden en verzamelaars in binnen- en buitenland. In 1716 verkocht hij zijn hele verzameling aan tsaar Peter de Grote, waarna hij opnieuw met collectioneren begon. Seba bezat meerdere schelpen van Bellekin. Het onlangs door het AHM verworven exemplaar is uit zijn tweede - in 1752 geveilde - verzameling afkomstig. Tussen 1734 en 1765 liet Seba zijn complete collectie naturalia in een vierdelige catalogus of 'Thesaurus' publiceren. Deze schelp is in het derde deel afgebeeld (Plaat LXXXV, no. 9) en beschreven (p. 177): 'Drie kindertjes dansende op het geluit, dat een Bos-God en Bos-Godinne op hunne instrumenten maken.'
Verworven met een speciale gift van de gemeente Amsterdam en steun van de Vereniging Rembrandt
Inv.nr. KA 20835

 

De Dam met het nieuwe stadhuis in aanbouw, 1656

collectie_SA_3044
Johannes Lingelbach (ca. 1624-1674)

De Dam was in de 17de eeuw het hart van de stad. Kleine schepen konden met lading van het IJ tot aan de Dam varen. De goederen werden gewogen en belast in het gebouw in het midden: de Waag. Vervolgens werden ze per kruiwagen of met door paarden getrokken sledes naar de pakhuizen en winkels gebracht. Op dit schilderij zijn naast Hollandse kooplieden en eenvoudige handelaren en kruiers veel mensen in bijzondere klederdracht te zien, zoals een groepje Oosterse kooplieden. De kunstenaar heeft het plein geschilderd op het moment dat het nieuwe stadhuis nog niet af was.
Klik hier voor informatie over dit schilderij in de schilderijencatalogus

 

Het kleden der wezen in het Diaconieweeshuis, ca. 1657

collectie_SB_5399
Jan Victors (1620 - na 1676)

Door de pestepidemie van 1654-1655 was het aantal wezen in Amsterdam enorm gestegen. In 1657 werd daarom aan de Amstel, bij de Zwanenburgwal, het weeshuis van de Gereformeerde kerk geopend. De opening van dit weeshuis stond niet op zichzelf. Om de kinderen die niet in andere tehuizen terecht konden opvang te bieden, stichtten verschillende geloofsgemeenschappen hun eigen weeshuis. Wellicht heeft Victors zijn opdracht gekregen ter gelegenheid van de opening van het Diaconieweeshuis in 1657. Opvallend van deze twee schilderijen van Victors is, dat niet de bestuurders maar alleen de inwoners van het weeshuis zijn afgebeeld. Uit een grote legkast wordt kleding verstrekt aan de weesmeisjes: de zwarte lakense kleding ligt opgestapeld. Links kijkt een vrouw toe. Het is waarschijnlijk de Binnenmoeder, verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken in het weeshuis. Bruikleen Hervormde Diaconie, Amsterdam
Klik hier voor informatie over dit schilderij in de schilderijencatalogus

 

Interieur van de Oude Kerk, 1661

collectie_SB_4929
Emanuel de Witte (ca. 1617 - 1692)

Op het schilderij luisteren gereformeerde kerkgangers naar de predikant op de kansel. Het is na de middag: het gefilterde zonlicht valt vanuit zuidwestelijke richting door de vensters naar binnen. De blikrichting is van het zuider- naar het noordertransept. Emanuel de Witte werd geroemd om zijn grote kennis van perspectief, hetgeen ook in dit interieur tot uiting komt. Volgens een biograaf had de schilder veel meer kunnen bereiken met zijn kunst wanneer hij niet zo opvliegend van karakter was geweest. Menig potentieel opdrachtgever zou de werkplaats van de schilder beledigd hebben verlaten.
Bruikleen Oude Kerk Amsterdam
Klik hier voor informatie over dit schilderij in de schilderijencatalogus

 

De familie Jacott-Hoppesack, ca.1670

collectie_SA_41337
Pieter de Hooch (1629-1684)

Jan Jacott (1632-1699) was lakenkoopman in de Warmoesstraat. Hij trouwde met Elisabeth Hoppesack (1633-1670). Zij kregen drie kinderen. Pieter de Hooch heeft het hele gezin geschilderd. Staande achter zijn moeder wijst zoon Balthasar op zijn twee zusjes. Het vertrek ademt een grandeur die niet in de Warmoesstraat moet worden gezocht; waarschijnlijk betreft het een fantasie-interieur. Tegen de schouw zijn de familiewapens aangebracht. Klassieke sculpturen en schilderijen met verheven thema's benadrukken de gewenste status van de familie. In 1660 of 1661 verhuisde Pieter de Hooch van Delft naar Amsterdam. In 1684 overleed hij in het Amsterdamse Dolhuis.
Verworven met steun van de Vereniging Rembrandt/Nationaal Fonds Kunstbehoud en het VSB Fonds
Klik hier voor informatie over dit schilderij in de schilderijencatalogus

 

Allegorie op de welvaart van Amsterdam, ca. 1675

collectie_SA_34496
Gerard de Lairesse (1640-1711)

Amsterdam is afgebeeld als de Stedenmaagd. Haar hand rust op de wereldbol, een teken van macht. Mercurius, de Romeinse god van de handel, kroont haar met een lauwerkrans. Onder handbereik heeft zij Chinees porselein, ivoor, parels, zijden stoffen en rollen tabak. Vertegenwoordigers uit Oost en West brengen haar hulde met de aanbieding van kostbare producten. De kunstenaar Gerard de Lairesse was afkomstig uit Luik en vestigde zich in 1665 in Amsterdam. Zijn internationaal georiënteerde, classicistische stijl bezorgde hem vele opdrachten. Het is niet bekend voor wie dit schilderij is vervaardigd. Gezien de compositie en het formaat was het waarschijnlijk bedoeld om tegen een schouw te worden gehangen.
Klik hier voor informatie over dit schilderij in de schilderijencatalogus

 

De regentessen van het Burgerweeshuis, 1683

collectie_SB_4844
Adriaen Backer (1635/'36-1686)

Het Amsterdams Historisch Museum is gevestigd in de gebouwen van het vroegere Burgerweeshuis. Dit groepsportret is besteld na de renovaties van 1680-1681 en heeft lange tijd in de Regentessenkamer gehangen. Adriaen Backer heeft de regentessen tamelijk werelds afgebeeld: het haar los en gekleed naar de laatste mode. Een vrouw brengt twee gehavende kinderen binnen. Links wacht de binnenmoeder met de nieuwe uitzet: de roodzwarte kleding, het uniform waaraan de wezen uit het Burgerweeshuis in het straatbeeld waren te herkennen.
Bruikleen Sociaal-Agogisch Centrum Het Burgerweeshuis, Amsterdam
Klik hier voor informatie over dit schilderij in de schilderijencatalogus

 

Jan Commelin, ca.1686-1690

collectie_SA_41466
Gerard Hoet (1648-1733)

Jan Commelin (1629-1692) was de oprichter van de Hortus Medicus, de huidige Hortus Botanicus. Commelin vergaarde zijn fortuin als koopman in kruiden en drogerijen, die hij verkocht aan apotheken en ziekenhuizen in Amsterdam en andere Hollandse steden. Op zijn landgoed 'Zuyderhout' in Haarlem kweekte hij exotische gewassen. Hij verzorgde verschillende botanische uitgaven, waaronder de 'Nederlandse Flora', gepubliceerd in 1683. In dat jaar werd Commelin commissaris van de nieuwe Hortus Medicus in de Plantage. Op het schilderij is hij afgebeeld temidden van planten en boeken, terwijl hij een bloeiende plant toont. Linksboven staat een marmeren buste die mogelijk Plinius voorstelt. De doorkijk naar een buitenplaats verwijst naar het ideaal van iedere geslaagde Amsterdammer: een buitenhuis buiten de drukke stad.
Klik hier voor informatie over dit schilderij in de schilderijencatalogus

 

De Gouden Leeuw op het IJ voor Amsterdam, 1686

collectie_SA_7421
Willem van de Velde de Jonge (1633-1707)

Vanaf de overkant van het IJ is de blik gericht op Amsterdam en de bedrijvigheid in de haven. Prominent in beeld ligt het vroegere vlaggenschip van admiraal Cornelis Tromp, 'De Gouden Leeuw'. Het schip zou in 1686 worden gesloopt. Het late middaglicht vanuit het westen zorgt voor een theatrale belichting van het imposante schip. Mast en zeilen steken af tegen de halfbewolkte lucht. Op de achtergrond is het silhouet van de stad te zien: links van 'De Gouden Leeuw' de scheepswerf en het zeemagazijn van de Verenigde Oostindische Compagnie, en rechts de Oosterkerk, 's Lands Zeemagazijn (nu Scheepvaartmuseum), de Montelbaanstoren, de Schreierstoren en de Zuiderkerkstoren. Het statenjacht Rotterdam vuurt een saluutschot af. Willem Van de Velde de Jongere was de meest succesvolle schilder van zeegezichten en schepen gedurende de Gouden Eeuw. Hij leerde het vak bij zijn vader Willem van de Velde de Oude en bij Simon de Vlieger. Na jaren te hebben gewerkt in dienst van Nederlandse opdrachtgevers vestigden vader en zoon Van de Velde zich in 1672 te Londen, waar de vooruitzichten op eervolle opdrachten gunstiger waren. Omstreeks 1686 was Willem van de Velde de Jonge terug in Amsterdam. Mogelijk maakte hij dit schilderij in opdracht van de Oppercommissarissen der Walen, de havenmeesters. Zij zetelden in de op het doek afgebeelde Schreierstoren, waar het schilderij lange tijd heeft gehangen.
Klik hier voor informatie over dit schilderij in de schilderijencatalogus

 

Drie pistolen, een laddertje, een stok met fluit en een breekijzer, eind 17de eeuw

collectie_KA_8436

Dit zijn enkele stuks gereedschap van de roemruchte inbreker Jacob Frederik Muller (1690[?]-1718), alias Jaco of Sjakoo. Op 6 augustus 1718 werd deze boef geradbraakt en daarna onthoofd. De attributen die Sjakoo bij zijn inbraken gebruikte, waren bij zijn gevangenneming door de schout in beslag genomen.
Inv.nrs KA 8436-38, KA 8435, KA 8434, KA 8428