De Dam in 1604 tijdens de laatste Leprozenommegang op Koppertjesmaandag, 1633

collectie_SA_3026
Adriaan van Nieulandt (1587-1658)

Dit schilderij verbeelde in 1633 een traditie die al in 1604 was verboden, namelijk de jaarlijkse Leprozenoptocht. Dat gebeurde op Koppertjesmaandag, een Amsterdamse feestdag op de derde maandag na Driekoningen. Op die dag werd er veel gegeten, vandaar de naam, want 'copperen' betekent smullen. Traditioneel werd er ook aan armen en zieken gedacht, in het bijzonder aan de leprozen. Zij mochten de stad in om geld op te halen. Adriaan van Nieuland voltooide in 1633 de opdracht van de regenten van het Leprozenhuis, om de vroegere Leprozenommegang op doek vast te leggen. De leprozen, sommigen lopend, anderen meegevoerd op door paarden getrokken sleden, zijn herkenbaar aan de klepper in hun hand. Daarmee waarschuwden zij omstanders uit de buurt te blijven.
Klik hier voor informatie over dit schilderij in de schilderijencatalogus

 

De osteologie-les van Dr. Sebastiaen Egbertsz, 1619

Nicolaes Eliasz. Pickenoy (1591-1653), toegeschreven

In 1619 verhuisde het Chirurgijnsgilde naar de voormalige Sint Anthoniswaag op de Nieuwmarkt. Dit schilderij is waarschijnlijk bij die gelegenheid besteld. Gedurende vele jaren heeft het tegen de schouw van de gildekamer gehangen. Het onderwerp is geen anatomische les, maar een demonstratie in de osteologie, de leer der beenderen. Links naast het skelet staat Dr. Sebastiaen Egbertsz (1563-1621), sinds 1595 praelector van het Chirurgijnsgilde. De namen van alle afgebeelde personen staan linksboven geschreven. In 1615 had Sebastiaen Egbertsz het skelet van een Engelse zeerover geprepareerd. Mogelijk is dat hier afgebeeld.
Klik hier voor informatie over dit schilderij in de schilderijencatalogus

 

Dirck Jacobsz. Bas (1569-1637) en zijn familie, ca. 1634

collectie_SB_5815
Dirck Dircksz. Santvoort (1610-1680)

Dirck Jacobsz. Bas (1569-1637) was koopman op de Oostzee. Hij was een van de oprichters van de Verenigde Oost-Indische Compagnie in 1602. Bas was zeer bereisd en had aan meerdere Europese universiteiten gestudeerd. Van 1600 tot aan zijn dood was hij lid van de Vroedschap (het stadsbestuur) en hij was twaalfmaal burgemeester. Op het schilderij is hij afgebeeld samen met zijn vrouw Margriet Snoeck (1588-1645) en hun vijf kinderen. Deze zijn in volgorde van leeftijd van links naar rechts opgesteld. Dirck Santvoort was in de jaren dertig van de 16de eeuw een veelgevraagd portretschilder.
Bruikleen Rijksmuseum, Amsterdam
Klik hier voor informatie over dit schilderij in de schilderijencatalogus

 

Huwelijksbeker, 1634

collectie_KA_19174
Amsterdam, Gerrit Valck (ca. 1591­-1672)

De huwelijksbeker was in de zeventiende eeuw een geliefd drinkspel. Bij het bruiloftsmaal werden de kelk en het kommetje gevuld met wijn, die gelijktijdig door bruidegom en bruid leeggedronken moesten worden zonder te morsen.
Gerrit Valck was specialist in gegoten en gedreven dobbel-, huwelijks- en molenbekers. Deze huwelijksbeker is een van de vier tot nu toe bekende Nederlandse zilveren bekers van dit type, waarvan er drie aan Valck zijn toegeschreven. Zilver, hoogte 17,2 cm
Inv.nr. KA 19174

 

IJsvermaak op het IJ voor Amsterdam, ca. 1620-'23

collectie_SA_36939
Arent Arentsz., bijgenaamd Cabel (1585/86-1631)

Het precieze jaar waarin Arent Arentsz Cabel dit schilderij maakte is niet bekend, maar het is goed mogelijk dat de winter van 1621 hem op het idee bracht. In dat jaar vroor het zo hard, dat het IJ en zelfs de Zuiderzee waren dichtgevroren. Arent Arentsz. zijn ouderlijk huis op de Zeedijk heette Cabel, vandaar de toevoeging aan zijn naam. Hij neemt in de Hollandse schilderkunst een bijzondere plaats in, omdat hij als eerste het polderlandschap in beeld bracht. Daar hoorden ook ijsgezichten bij. Deze impressie van het ijsvertier op het dichtgevroren IJ is een van Cabels mooiste ijsgezichten. Het is het uitzicht vanaf de noordelijke IJ-oever, op het punt waar nu de pont naar Amsterdam-Noord aankomt. Door de opmerkelijk brede beeldhoek is in de horizon vrijwel het gehele stadsprofiel te overzien, inclusief de Montelbaanstoren links en de nu niet meer bestaande Haringpakkerstoren midden in het beeld.
Klik hier voor informatie over dit schilderij in de schilderijencatalogus

 

Putto uit de viering van de Nieuwe Kerk, ca. 1645-1650

collectie_BA_4157
Maker onbekend
Na een brand in1645 werden de vieringpijlers in de Nieuwe Kerk voorzien van vier eikenhouten engelen, zogenaamde putti. Hoog in de kerk leken zij het kruisgewelf te torsen, zoals de mythologische Atlas de aarde op zijn schouders droeg. In 1959 werd de kerk gerestaureerd. Deze putto was te zwaar beschadigd om teruggeplaatst te worden en verdween voor lange tijd uit het zicht. Onlangs kwam de engel in het bezit van het AHM. Het lijf was oorspronkelijk roze-achtig gekleurd. Het haar en de veren hadden accenten in bladgoud. Het wit dat nu zichtbaar is stamt van en restauratie in de 19de eeuw.
Inv.nr BA 4157
 

Roemer, 1647

collectie_KA_13951
Maker onbekend

In deze kelk is in diamantgravering het heiplan voor de nooit voltooide toren van de Nieuwe Kerk aangebracht. Gelijktijdig met de bouw van het nieuwe stadhuis op de Dam was er een ambitieus project gestart om de Nieuwe Kerk van een hoge toren te voorzien, hoger dan de Utrechtse Domtoren. Het bleek echter onmogelijk om twee grote bouwprojecten tegelijk te financieren. Bovendien kon men het niet eens worden over de vraag welke hoger zou moeten worden, de koepel van het nieuwe stadhuis of de toren van de kerk. Er is wel begonnen met de bouw van de toren, maar al snel werden de werkzaamheden gestaakt.
Inv.nr. KA 13951

 

Maquette van het nieuwe stadhuis, 1648

Naar het ontwerp van Jacob van Campen (1595-1657)
Het model is gemaakt naar het eerste ontwerp van de architect Jacob van Campen, mogelijk in het voorjaar van 1648. De schaal is 1:45. Het model moest de ontwerper en de uitvoerend architect Daniël Stalpaert (1615-1676) helpen een aantal problemen beter te begrijpen of op te lossen, zoals bijvoorbeeld de maximale lichtinval in de centrale Burgerzaal. De buitengevels zijn later in het echt uitgevoerd zoals ze in het model te zien zijn. De daken echter werden verlaagd tot de hoogte van de timpanen. Daardoor kwam de onderbouw van de koepel rondom vrij te staan. De binnenkant van het model laat verschillen in het rechter- en linkerdeel zien. De architect liet het model zo uitvoeren om tijdens de bouw nog keuzes te kunnen maken tussen verschillende oplossingen. Zo loopt één van de vier hoofdtrappenhuizen niet verder dan de tweede verdieping.
Inv.nr. KA 12023
 

De Compagnie van kapitein Joan Huydecoper, 1648

collectie_SA_7318
Govert Flinck (1615-1660)
In 1648 kwam een einde aan de Tachtigjarige Oorlog. Dit schuttersstuk werd gemaakt ter gelegenheid van de Vrede van Munster, waar formeel een einde kwam aan de oorlog met Spanje. Het schilderij hing in de oude zaal van de Voetboogdoelen. Kapitein Joan Huydecoper, links met blauwe sjerp en zijn hoed in de linkerhand, behoorde tot één van de machtigste Amsterdamse regentenfamilies. Hij was een rijk koopman en werd enkele malen burgemeester. Het schuttersstuk behoort tot de grote verzameling groepsportretten in de collectie van het Amsterdams Historisch Museum. Het hangt in de schuttersgalerij van het museum.
Klik hier voor informatie over dit schilderij in de schilderijencatalogus