Amsterdam in vogelvlucht, 1538

Cornelis Anthonisz. (ca. 1507-na 1553)
Dit is de oudste overgeleverde plattegrond van Amsterdam. Deze vogelvluchtkaart werd geschilderd in opdracht van het stadsbestuur en hing lange tijd op het stadhuis. Het noorden, waar nu het Centraal Station staat, ligt onder. De singelgracht liep (van rechtsonder naar linksonder) langs het huidige Singel, de Kloveniersburgwal en de Gelderse Kade richting IJ. Linksonder is de Schreierstoren afgebeeld en links staat de Waag, toen nog St. Antonispoort. Even verder was de Regulierspoort, tegenwoordig bekend als de Munt. De stad was ommuurd en de poorten en torens waren vestingwerken om de stad tegen invallende troepen te verdedigen. Het aantal inwoners in 1538 bedroeg ongeveer 12.000. Links (het oosten), buiten de stadsgracht, zijn scheepswerven met lijnbanen en houtzagerijen te zien. Dat was de zogenaamde Lastage, een gebied dat nu bekend staat als de Nieuwmarktbuurt.
Klik hier voor informatie over dit schilderij in de schilderijencatalogus
 

Koopmansechtpaar, 1541

collectie_SA_84
Dirck Jacobsz (ca. 1497 - 1567), toegeschreven

Vroeger werd aangenomen dat dit echtpaar de Amsterdamse burgemeester Egbert Gerbrantsz en zijn vrouw voorstelde. Hoewel op één van de brieven rechts 'Mr. Jan Egberts' staat geschreven, is die identificatie echter allerminst zeker. Over toeschrijving van het schilderij aan Dirck Jacobsz, zoon van de schilder Jacob Cornelisz, bestaan eveneens twijfels. Maar dit verandert niets aan de diepere boodschap die het schilderij de kijker meedeelt. De koopman en zijn vrouw waarschuwen ons voor de gevaren van rijkdom. Allerlei voorwerpen op tafel verwijzen naar het beroep en de materiéle welstand van de man. Maar links staat geschreven: CEDIT MORS NEMINI (de dood wijkt voor niemand). Deze moralistische boodschap wordt versterkt door de zandloper, de schedel in het venster en de doorkijk naar de Gekruisigde, symbolen voor de vergankelijkheid van het aardse leven. De teksten op de achterwand onderstrepen de plicht tot vroomheid en liefdadige werken.
Klik hier voor informatie over dit schilderij in de schilderijencatalogus

 

Jan Jelisz. Valckenier en zijn gezin, ca. 1560

collectie_SB_1173
Kunstenaar onbekend, tweede helft 16de eeuw
Jan Jelisz Valckenier (1522-1592) was handelsvertegenwoordiger van de koning van Denemarken in Amsterdam. Valckenier importeerde stokvis uit Noorwegen. De gebeukte en gevouwen stokvis in zijn linkerhand is een verwijzing naar zijn beroep. In zijn rechterhand heeft hij een aanbevelingsbrief. Valckenier staat afgebeeld met zijn tweede vrouw, Marij Jansdr. Tengnagel, en met negen van hun tien kinderen. Linksonder zijn twee vroeg gestorven zoontjes in doodshemd afgebeeld. Het gebarsten ei dat het broertje ernaast in zijn hand houdt, verbeeldt het in de knop gebroken leven van zijn twee broertjes. De vierde dochter werd geboren in 1560. Het schilderij is vrij nauwkeurig te dateren, want moeder Tengnagel stierf in 1562.
Bruikleen Koninklijk Oudheidkundig Genootschap, Amsterdam
 

Hoorn van de Sint Joris- of Voetboogdoelen, 1566

collectie_KA_13965
Toegeschreven aan Frederik Jans (? - 1595)

Deze ceremoniële zilveren drinkhoorn werd gemaakt in 1566 voor de Voetboogschutterij, die Sint Joris als schutspatroon had. Er werd geen echte buffelhoorn gebruikt, zoals gebruikelijk, maar de hoorn werd nagemaakt in zilver. De Amsterdamse schutters lieten daarmee zien hoe welvarend ze waren. De patroonheilige is prominent op de hoorn afgebeeld. Het moment is weergegeven waarop hij de draak zal doden om zo de knielende prinses te redden. De constructie van de hoorn is zeer doordacht. De draak delft niet alleen het onderspit, maar houdt in zijn benarde positie tevens de hoorn vast. In de voet is de 'Hollandsche Tuyn' afgebeeld: een omheining met daarin een leeuw. Dit was het symbool van de eendracht van de Nederlandse gewesten.
Inv.nr. KA 13965

 

Terugkeer in Amsterdam van de tweede expeditie naar Oost-Indië, 1599

collectie_SB_5825
Hendrick Cornelisz. Vroom (1566-1640)

Op 1 mei 1598 was admiraal Jacob van Neck met acht schepen uitgevaren naar Azië. Ruim veertien maanden later, op 19 juli 1599, kwamen de eerste vier rijkbeladen schepen terug voor de rede van Texel. Enige tijd later voeren de schepen door naar de thuishaven Amsterdam. Dat moment is op het schilderij vereeuwigd. De schepen hadden Bantam op West-Java bezocht. Dat was toen het belangrijkste centrum voor de inkoop van specerijen. Daar hadden ze 'de handel geplant', vertelt de tekst op de lijst. Drie jaar later, in 1602, werd de VOC opgericht.
Bruikleen Rijksmuseum, Amsterdam
Klik hier voor informatie over dit schilderij in de schilderijencatalogus