Amsterdam in vogelvlucht, 1538
Klik hier voor informatie over dit schilderij in de schilderijencatalogus
Vroeger werd aangenomen dat dit echtpaar de Amsterdamse burgemeester Egbert Gerbrantsz en zijn vrouw voorstelde. Hoewel op één van de brieven rechts 'Mr. Jan Egberts' staat geschreven, is die identificatie echter allerminst zeker. Over toeschrijving van het schilderij aan Dirck Jacobsz, zoon van de schilder Jacob Cornelisz, bestaan eveneens twijfels. Maar dit verandert niets aan de diepere boodschap die het schilderij de kijker meedeelt. De koopman en zijn vrouw waarschuwen ons voor de gevaren van rijkdom. Allerlei voorwerpen op tafel verwijzen naar het beroep en de materiéle welstand van de man. Maar links staat geschreven: CEDIT MORS NEMINI (de dood wijkt voor niemand). Deze moralistische boodschap wordt versterkt door de zandloper, de schedel in het venster en de doorkijk naar de Gekruisigde, symbolen voor de vergankelijkheid van het aardse leven. De teksten op de achterwand onderstrepen de plicht tot vroomheid en liefdadige werken.
Klik hier voor informatie over dit schilderij in de schilderijencatalogus
Deze ceremoniële zilveren drinkhoorn werd gemaakt in 1566 voor de Voetboogschutterij, die Sint Joris als schutspatroon had. Er werd geen echte buffelhoorn gebruikt, zoals gebruikelijk, maar de hoorn werd nagemaakt in zilver. De Amsterdamse schutters lieten daarmee zien hoe welvarend ze waren. De patroonheilige is prominent op de hoorn afgebeeld. Het moment is weergegeven waarop hij de draak zal doden om zo de knielende prinses te redden. De constructie van de hoorn is zeer doordacht. De draak delft niet alleen het onderspit, maar houdt in zijn benarde positie tevens de hoorn vast. In de voet is de 'Hollandsche Tuyn' afgebeeld: een omheining met daarin een leeuw. Dit was het symbool van de eendracht van de Nederlandse gewesten.
Inv.nr. KA 13965
Op 1 mei 1598 was admiraal Jacob van Neck met acht schepen uitgevaren naar Azië. Ruim veertien maanden later, op 19 juli 1599, kwamen de eerste vier rijkbeladen schepen terug voor de rede van Texel. Enige tijd later voeren de schepen door naar de thuishaven Amsterdam. Dat moment is op het schilderij vereeuwigd. De schepen hadden Bantam op West-Java bezocht. Dat was toen het belangrijkste centrum voor de inkoop van specerijen. Daar hadden ze 'de handel geplant', vertelt de tekst op de lijst. Drie jaar later, in 1602, werd de VOC opgericht.
Bruikleen Rijksmuseum, Amsterdam
Klik hier voor informatie over dit schilderij in de schilderijencatalogus