Gedeelte van een Piëta, ca. 1450

collectie_BA_3968

Deze Piëta, een beeld van de rouwende Maria met haar gestorven zoon, werd in 1984 gevonden bij opgravingen op het terrein van het voormalige St. Geertruidenklooster aan de Nieuwezijds Voorburgwal. Het beschadigde en onvolledige beeld lag in een kist begraven op het kerkhof van het klooster. Mogelijk is het tijdens de Beeldenstorm van 1566 beschadigd, en later verborgen door de nonnen. Het St. Geertruidenklooster werd waarschijnlijk kort voor 1432 aangelegd. De kapel, waar de Piëta zou hebben gestaan, werd omstreeks 1450 gebouwd.
Inv.nr. BA 3968

 

De Gravenbeelden, ca. 1500

collectie_BA_2536

Deze vier Amsterdamse gravenbeelden behoren tot een middeleeuwse traditie van gebeeldhouwde heersersfiguren. De houten beelden stonden op het hek van de Vierschaar - een ruimte waar recht gesproken werd - van het 15de-eeuwse stadhuis op de Dam. De beelden gaven aan dat recht gesproken werd in naam van de landsheer, de graaf van Holland. Toen het oude stadhuis in 1652 afbrandde, werden de gravenbeelden op tijd in veiligheid gebracht. Zeker is dat het geen realistische portretten zijn. Wie de beelden precies voorstellen weten wij niet, omdat de insignes en wapenschilden die identificatie mogelijk zouden maken, verloren zijn gegaan. Bovendien is de beschildering er door de jaren heen afgesleten.
Inv.nr. BA 2536 t/m 2539

 

Pelgrimsinsigne, ca. 1400-1450

Amsterdam was sinds 1346 een bedevaartplaats. Een jaar eerder had zich namelijk een wonder afgespeeld in een huis in de Kalverstraat. Dit zogenaamde Mirakel van Amsterdam is uitgebeeld op deze pelgrimsinsigne. Op de dinsdag voorafgaand aan Palmzondag ontving een zieke man de laatste sacramenten, waarbij hem een heilige hostie op de tong werd gelegd. Enkele uren later moest hij echter hevig braken. De volgende dag vond een vrouw in het haardvuur de nog ongeschonden hostie terug. Deze werd naar de Oude Kerk gebracht, verdween en werd op een andere plaats teruggevonden. De hostie werd daarna in een officiële processie naar de kerk teruggebracht. Een jaar later verklaarde bisschop Jan van Arkel dat men hier met een mirakel van doen had gehad. Daarop werd de stad een bedevaartsoord. Het huis aan de Kalverstraat werd afgebroken en er werd een kapel gebouwd, de Kapel ter Heilige Stede. Deze stond ongeveer ter hoogte van het huidige 'Rokin Plaza'.
Inv.nr. ROK 1-1

 

Crucifix, 15e eeuw

Dit kruisbeeld is een pelgrimsinsigne. In de Amsterdamse bodem zijn door archeologen veel van deze zogenaamde pelgrimstekens gevonden. Wie in de Middeleeuwen een bedevaart ondernam, kocht als aandenken aan de vaak lange voettocht een dergelijk 'souvenir'. Maar het was meer dan een herinnering. De insigne had voor de bedevaartganger ook een diepere betekenis. Het werd ervaren als een werkzaam middel tegen allerlei onheil. Bovendien was het een bewijs dat de bedevaart was volbracht en dat was niet zonder reden, want lang niet alle pelgrims trokken er geheel vrijwillig op uit. Vaak werd de reis ondernomen als boetedoening en op aanraden van een geestelijke, die de pelgrim vergiffenis voor een zonde in het vooruitzicht bood. Ook Amsterdam was eeuwenlang een pelgrimsoord, wat de vondst van veel pelgrimstekens in Amsterdam verklaart. Talloze bedevaarders trokken namelijk sinds 1346 naar de stad, vanwege het Mirakel van Amsterdam.
Inv.nr. NES-65